De spelregels

Sjoelen is natuurlijk niet alleen maar even een steentje gooien. Er zijn wel degelijk regels die niet iedereen kent. Iedereen kent wel de huis, tuin en keuken regels van sjoelen. Als een steen onder het latje (afzetbalk) komt mag je die weg pakken en nog een keer gebruiken. Of als de steen op een andere steen gaat liggen dat je die dan nog een keer mag gooien. Dit zijn regels die niet kloppen. Er zijn tal van regels verbonden aan het sjoelen. Wat zijn de regels van het sjoelen dan eigenlijk? We zullen nu één voor één de belangrijkste regels bespreken. Als u deze regels goed gebruikt zult u merken dat sjoelen ineens veel moeilijker is dan veel mensen dachten.

Wanneer mag je een steen terug pakken?

Je mag pas een steen terug pakken als de steen helemaal onder de afzetbalk is geweest. Is dit niet het geval mag je de steen niet terug pakken. Doe je dit wel dan betekend het dat je de regels overtreed en dat kan betekenen dat je wordt gediskwalificeerd. Als de steen onder de afzetbalk is geweest heb je dus de steen gegooid, je mag deze dan niet meer terug pakken als je hem verkeerd hebt gegooid. Als je hard gooit en de steen komt daardoor weer terug onder de afzetbalk, mag je de steen weg pakken. Deze steen moet je dan wel naast de sjoelbak leggen. De steen mag je dan deze onderbeurt niet meer gebruiken.

Als een steen op een andere steen gaat (bok) mag je deze niet weghalen en opnieuw spelen. Als je een steen kan pakken met je hand onder de afzetbalk is dit ook tegen de regels. De steen mag pas worden weggehaald als deze helemaal onder de afzetbalk is geweest.


Plaatje van een sjoelbak met de afmetingen

  1. afzetbalk
  2. bodem
  3. zijwanden
  4. poortenbalk
  5. tussenwanden
  6. achterwand
     

Het stapelen en tellen

Stapelen:
De meeste fouten worden gemaakt tijdens het stapelen en tellen. Dit onderwerp heeft dus extra veel aandacht nodig. Eigenlijk is het stapelen en tellen heel simpel, maar wat net als bij wiskunde is dat je het even door moet hebben hoe het moet. We beginnen met het onderwerp het stapelen van de sjoelstenen, omdat dit eigenlijk de basis is van het goed tellen. Nadat de sjoeler al zijn stenen heeft gegooid moet het jury lid de stenen die in de bak liggen (dus niet in de vakjes) terug geven aan de sjoeler. Daarna moet het jurylid de stenen stapelen. Stel dat de sjoeler 5 stenen in de 2 heeft, 7 stenen in de 3, 8 stenen in de 4 en 4 stenen in de 1. Hoe moet je dit dan stapelen. Waar je begint maakt niet zoveel uit. Laten we eens bij de 1 beginnen. Daar liggen 4 stenen in, deze vier stenen moeten op elkaar worden gestapeld. Daarna moet de onderste steen maximaal 5 mm van de achterwand worden gehaald, dit moet omdat anders de stenen makkelijk uit het vak gaan. Bij vak 2 stapelen we weer vier stenen op elkaar met aan de achterkant een opening van maximaal 5 mm. De steen die je nu nog over hebt moet je tegen de steen leggen die aan de achterkant los ligt. In vak drie moet je ook vier stenen eerst op elkaar stapelen. En aan de achterkant weer een opening van 5 mm. De drie stenen die je nu nog over hebt stapel je ook op elkaar. Maar deze leg je schuin tegen de losliggende steen (de onderste steen). Bij vak 4 moet je weer 4 stenen op elkaar stapelen met een opening van maximaal 5 mm. Dan stapel je er 3 op elkaar en deze leg je schuin tegen de andere stenen. De laatste steen die je nu over hebt leg je schuin tegen het stapeltje van 3 aan. Als je dit hebt gedaan heb je het goed gedaan. Om het nog wat duidelijker te maken staat hieronder een plaatje.


Plaatje van een sjoelbak met een rekenvoorbeeld



Tellen:
De puntentelling dient als volgt te gebeuren:

Bevinden zich buiten deze berekening nog meer schijven in een vak dan tellen deze schijven elk voor de punten van dat vak.

Voorbeeld:
In elk vak liggen 5 schijven en een extra schijf in vak 4. De telling is dan 100 + 4 = 104 punten.

Het maximaal haalbaar is 148 punten. Boven de maximale score van 148 punten kan nog een bonus van maximaal 8 punten worden behaald indien de speler de score van 148 punten behaald heeft in maximaal twee onderbeurten. Indien 148 in één onderbeurt is behaald krijgt de speler twee keer één schijf terug. Is de 148 behaald in twee onderbeurten, dan krijgt de speler één keer één schijf terug. De schijf wordt gespeeld waarna opnieuw wordt gestapeld. Indien de schijf twee keer terug moet worden gegeven, wordt diezelfde schijf nogmaals gespeeld. Alleen het resultaat van de gespeelde schijf in de eerste en, indien van toepassing, tweede keer telt. Het aantal behaalde bonuspunten wordt berekend volgens bovenstaande puntentelling, maximaal kan dus twee keer 4 bonuspunten worden behaald. De uiteindelijke score is de som van de behaalde punten en bonuspunten.

Voorbeelden:

  1. Een speler heeft 148 punten gescoord in twee onderbeurten. Hij krijgt nu nog één schijf terug, welke hij in vak 2 werpt. De speler heeft nu 148 + 2 = 150 punten behaald.
  2. Een speler heeft 148 punten gescoord in één onderbeurt. Hij krijgt nu nog twee keer één schijf terug. De eerste keer werpt hij deze in vak 4, de tweede keer in vak 1. De speler heeft nu 148+4+1=153 punten gescoord.